
Stem uit het Verleden – geschreven door Esther van Heerebeek
Behalve het geluid van de voetstappen van mijn Zusters op het knerpende grind, is het vredig stil op Highgate. Er hangt een stille stilte, bevrijd van het dagelijkse. Het mondaine. De late middagzon probeert door de grijze, drukkende wolkenmassa heen te dringen, maar verzaakt vreselijk. Hier en daar dwarrelt een verloren blaadje naar beneden, losgeraakt van donkere, puntige takken. Het is november en net als mijn gedachten, wordt deze plek ingenomen door een mysterieuze mist. Een mist van angst. Onwetendheid. Versluiering.
Door dit grijze mijmergordijn heen, valt mijn dolende oog plots op een grafsteen. Niet de mooiste. Niet de opvallendste. En ook niet de meest gehavende. Er zit wat mos op en er liggen al lang geen bloemen meer. Het kapotte, keramieken vaasje dat erbij ligt, vertelt me dat. Ik ga op mijn hurken zitten, terwijl ik de Sisterhood niet meer zie of hoor. Ik ben alleen, een lichte rilling kruipt over mijn ruggengraat.
Teder strijk ik met mijn vingers over de steen, de ingesleten letters nalopend. Een typisch Engelse naam. Wat trekt mij aan in deze steen? Op deze specifieke plek in Highgate? De gewoonheid? Het alledaagse van zomaar een grafsteen? Van een niemand die toch ooit iemand was? Geliefd of gehaat? Bewonderd of veracht? Een mens met zorgen en wensen? Iemand die hier tussen zogenaamde beroemdheden ligt met grafstenen, die de naam kunst zouden mogen dragen?
Maakt haar dat minder belangrijk? Minder interessant? Minder geliefd? Ik vraag het me oprecht af. Hier ligt een vrouw, die geen dromen meer kan hebben in dit leven. Succesvol was, bujubeld of vreselijk mislukt. Wat maakt het nog uit, wanneer je eenmaal hier ligt?
Terwijl ik nog wat dichter naar de gravure schuif, en mijn hand erop leg, adem ik diep in. De geur van oud, muf en vergankelijkheid, bereikt mijn neus. Ik sluit zachtjes mijn ogen en zie voor mijn geestesoog een vrouw verschijnen. Ik schrik niet, terwijl dat misschien wel zou moeten. Ze heeft iets bekends, terwijl haar kleding bewijst, dat wij van andere tijden zijn. Een lange zwarte jurk, zonder opsmuk. Stevig opgestoken, donkerblonde haren en met een verdrietige blik in haar ogen.

Wanneer ze me aankijkt, raakt ze me recht in mijn ziel. Woordeloos spreekt ze tot me. Spoort me aan niet bang te zijn voor het leven. Mijn talenten. Wie mij wel of niet goedkeurt. Het maakt niet uit. Uiteindelijk ben ik niemand iets verplicht. Heb ik aan niemand verantwoording af te leggen. Dit is mijn leven, mijn eigen verlangen, mijn ziel. Voor haar is het te laat. Langzaam lost ze op in de schimmigheid van waar ze vandaan kwam….
Ik laat wat ik net heb gezien en gehoord op me inwerken, terwijl ik de wind naast me hoor suizen. Langzaam open ik mijn ogen.
En dan begrijp ik waarom deze grafsteen mij zo aansprak, waarom ik hier moest stoppen. Tergend langzaam dringt het besef tot me door. Niet te negeren, niet toe te dekken.
Hier lig ik namelijk zelf.
Wil je dit verhaal liever beluisteren? Ga dan naar deze link: Stem uit het Verleden door Esther van Heerebeek